Funderingsproblematiek ontstaat meestal niet plotseling. Het is vaak een langzaam proces waarbij signalen, analyses en onderzoeken elkaar opvolgen. Een heldere procesbeschrijving helpt om verwachtingen te managen en rollen goed te verdelen.
1. Signalering
Een proces begint vaak met een eerste signaal, bijvoorbeeld via:
- een melding van een bewoner
- zichtbare scheuren of vervorming
- satellietmetingen
- modelmatige risicoanalyse
- een bestaand onderzoeksrapport
2. Eerste beoordeling
Daarna wordt bekeken welke informatie al beschikbaar is, zoals funderingstype, bouwjaar, ondergrond, grondwater en eerder bekende schade. Op basis daarvan kan een eerste risico-inschatting worden gemaakt.
3. QuickScan
Bij een verhoogd risico of duidelijke twijfel volgt vaak een QuickScan. Dit is een snelle beoordeling vanaf de buitenzijde van het gebouw, met aandacht voor scheuren, scheefstand en meetbare vervorming.
4. Funderingsonderzoek
Wanneer de QuickScan onvoldoende duidelijkheid geeft of wanneer de risico’s hoog blijven, volgt een volledig funderingsonderzoek. Daarbij wordt de fundering zelf onderzocht en kan ook laboratoriumanalyse worden uitgevoerd.
5. Monitoring of herstel
Afhankelijk van de uitkomst volgt monitoring, nader onderzoek of daadwerkelijk funderingsherstel. Niet elk verhoogd risico leidt direct tot herstel, maar elke stap moet wel leiden tot een duidelijk handelingsperspectief.