FunderConsult

Woordenlijst funderingstermen

Alfabetische definities van begrippen die vaak terugkomen in funderingsonderzoeken, QuickScans en het koopproces.

Laatst bijgewerkt op 13-6-2026

Woordenlijst

Woordenlijst funderingstermen

Alfabetische definities van begrippen die vaak terugkomen in funderingsonderzoeken, QuickScans en het koopproces.

A

Aanvullend onderzoek

Beperkt aanvullend funderingsonderzoek boven de grond, bijvoorbeeld een QuickScan of Fase-0 onderzoek. Geeft op locatie meer inzicht in het funderingsrisico, zonder dat de fundering wordt opgegraven. Aan de orde bij hoog risico (D/E) op basis van afgeleide of modelmatige gegevens.

Aanwasboor

Holle boor, afkomstig uit de bosbouw, voor het nemen van monsters uit de kern van een houten paal.

Aanzetsteen

Eerste steen links en rechts in een gemetselde boog.

Absolute zetting

Zakking van een pand in zijn geheel. Dit kan gemeten worden ten opzichte van het NAP (Nieuw Amsterdams Peil).

Actieve scheuren

Scheuren die nog steeds in beweging zijn.

Afgeleide gegevens

Gegevens afgeleid van vastgestelde gegevens van omliggende panden, bijvoorbeeld panden in dezelfde bouwstroom waarvan het funderingstype van buurpanden wél is vastgesteld.

Afschot

Schuin verloop van vloeren, daken, goten en leidingen om water snel af te kunnen voeren.

Afstandhouder

Een betonnen of kunststof blokje dat ervoor zorgt dat de wapening in een constructie de juiste dekking krijgt.

Amsterdamse fundering

Fundering bestaande uit paarsgewijs geslagen houten palen waarop een houten kesp rust (juk). De palenparen zijn onderling verbonden met langshout. Op het langshout zit nog een schuifhout om het metselwerk op zijn plaats te houden.

B

Bacteriële aantasting

Aantasting door bacteriën, ook wel palenpest genoemd. Deze aantasting kan tevens aanwezig zijn als er geen droogstand aan de orde is.

Bel-etage

Eerste verdieping boven de begane grond of het souterrain.

Belending

Aangrenzend pand of terrein.

Bemaling

Installatie voor de (tijdelijke) verlaging van de grondwaterstand.

Betonoplanger

Betonnen opzetstuk van 1 meter tot meer dan 3 meter op een houten paal, dat wordt gebruikt om de kop van een houten paal beneden het grondwater weg te heien.

Betonpalen

Vanaf circa 1970 zijn in de woningbouw betonnen palen gebruikt. Funderingsproblemen bij betonpalen komen relatief weinig voor, maar als deze optreden heeft dat meestal te maken met een tekort aan draagvermogen door constructieve problemen.

Blinde muur

Een kopgevel waarin geen kozijnopeningen zijn aangebracht.

Bodemdaling bij funderingen op staal

Bodemdaling bij funderingen op staal kent twee vormen: in gebieden met slappe bodems en in gebieden met gemengde bodems (zand, veen, klei). In slappe bodems zakken op staal gefundeerde woningen met de bodem mee, al dan niet gelijkmatig. Door zakking komt de beganegrondvloer dichter bij het grondwaterniveau, waardoor op termijn wateroverlast optreedt en het draagvermogen van het dragende zandpakket afneemt als het grondwater stijgt. In gebieden met gemengde bodems zijn ongelijkmatige zettingen als gevolg van droogte en te lage grondwaterstanden de oorzaak van schade aan gevels en muren.

Borstwering

Metselwerk onder een raam of kozijn.

Bouwkundige eenheid

Het aantal woningen dat constructief of bouwkundig een geheel vormt. Als geen duidelijke dilatatie aanwezig is, hebben bouweenheden invloed op elkaar bij zettingen.

Bouwmuur

Constructieve wand.

Bovenkant funderingshout

Hoogste punt van het funderingshout, meestal aangegeven ten opzichte van NAP. Bij de Amsterdamse en Rotterdamse fundering is dit de bovenkant schuifhout. Bij houten palen waarop een betonbalk rust ligt de bovenkant funderingshout enkele centimeters boven de onderkant van de balk; de paal steekt 30 tot 50 mm in het beton.

C

Capillaire werking

In poriën opgestegen grondwater. In klei is de capillaire werking groot; in zand loopt het grondwater snel weg.

Console

Korte uitdragende (dwars)balk van staal of beton.

Convenant transparante funderingsinformatie

Afsprakenkader (2026) onder regie van het ministerie van BZK met brancheorganisaties, kwaliteitsregisters, platforms, NHG en kenniscentra. Doel: funderingsinformatie zo vroeg mogelijk in het koopproces beschikbaar maken en eenduidige definities laten hanteren door alle ketenpartijen.

D

Dagkant

De zijden, haaks of afgeschuind, van de opening in een wand, kozijn, poort of boog.

Dagmaat

De maat van de vrije opening (doorgang) in een deur- of raamkozijn.

Deurkalf

Tussendorpel in een kozijn boven een deur, onder het bovenlicht.

Dilatatie

Een constructieve naad in een bouwcomplex die het mogelijk maakt dat de bouwdelen aan weerszijden onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen.

Dook

IJzeren of koperen kram of bout waarmee stukken gehouwen steen onderling worden verbonden en die met lood wordt aangegoten in de daarvoor gemaakte groeven of gaten.

Dordtse fundering

Vrijwel gelijk aan de Rotterdamse fundering. Bij de Dordtse fundering zit tussen het langshout en de paal een kesp.

Droogstand

Situatie waarbij het grondwater beneden het niveau van het bovenste funderingshout staat.

E

Erosiebacterie

Bepaalde soort(en) bacteriën die een aantasting veroorzaken die lijkt op erosie van het hout.

F

Fase-0 onderzoek

Vorm van aanvullend onderzoek: een beperkte funderingsinspectie boven de grond volgens de KCAF-richtlijn, als eerste stap om een modelmatige of afgeleide risico-indicatie op locatie te toetsen.

Freatisch grondwater

De waterspiegel in de bovenste bodemlagen.

Fundering op staal

Ondiepe fundering die niet op palen staat, veelal toegepast op zandgronden, maar ook daarbuiten. Op staal gefundeerde woningen zakken in klei- en veengebieden mee met de bodemdaling, niet altijd gelijkmatig. Dit worden ook wel niet-onderheide panden of ondiepe funderingen genoemd.

Funderingsbalk

Een betonbalk boven de palen waarop het metselwerk rust. Gewoonlijk staat hieronder een enkele rij palen.

Funderingsherstel

Methodiek om de fundering voor lange tijd voldoende draagkracht terug te geven.

Funderingshout

Het geheel van alle houten onderdelen van een fundering op houten palen: palen, kespen, langshout en schuifhout.

Funderingsrisico-indicatie

Eerste inschatting van het funderingsrisico van een specifiek pand, uitgedrukt in de categorieën A t/m E. Geen label, maar een eerste indicatie op basis van beschikbare gegevens; zegt niets definitiefs over de werkelijke staat van de fundering.

Funderingstechnische handhavingstermijn

De periode waarin de fundering op de huidige wijze kan blijven functioneren zonder dat herstelmaatregelen nodig zijn.

G

Gebrek aan draagkracht

Situatie waarin de weerstand van de grond, waaraan de paal zijn draagkracht ontleent, onvoldoende is. Belangrijke oorzaak is overbelasting door negatieve kleef: zakkende grondlagen kleven aan de paal en oefenen extra belasting uit, waardoor palen kunnen zakken. Ongelijkmatige zakking leidt tot scheefstand en scheurvorming; gelijkmatige zakking van alle palen van een blok heeft doorgaans geen nadelige gevolgen. Gebrek aan draagkracht kan ook ontstaan door constructieve fouten.

Grondwateronttrekkingen

Onttrekkingen van grondwater door drinkwaterleidingbedrijven, industrie en op bouwlocaties, bij tunnels enzovoort.

Grondwaterpeil

De waterspiegel in de bovenste bodemlagen, ook wel freatisch grondwater, grondwaterspiegel of grondwaterstand genoemd.

Grout

Mengsel van cement, water en hulpstoffen. Constructieve lijm waarin geen cement verwerkt is, wordt soms ook aangeduid als grout.

H

H.o.h. afstand

Hart-op-hartafstand: de afstand tussen de middens van twee elementen, bijvoorbeeld palen.

Handhavingstermijn

De termijn waarbinnen de vervormingen van de fundering bij gelijkblijvende omstandigheden zodanig beperkt blijven dat geen verlies van gebruikswaarde van het bouwwerk optreedt.

Hardheidsmeter

Apparaat waarmee op gestandaardiseerde wijze de indringingswaarde van houten palen wordt gemeten. Wordt ook prikker, prikapparaat, pylodon, slaghamer of specht genoemd.

Houten funderingspalen

Houten funderingspalen zijn in de woningbouw gebruikt tot ongeveer 1970 en zijn gevoelig voor aantasting, onder meer door een te lage grondwaterstand.

Houten funderingspalen met betonoplanger

Bij een houten paal met betonoplanger steekt het funderingshout 5 tot 10 cm in de betonoplanger. Betonoplangers zijn gebruikt in de periode 1930–1970, aanvankelijk om metselwerk te besparen. Later werden langere betonoplangers gebruikt zodat het hoogste funderingshout dieper in het grondwater kwam te staan.

I

Indicatief onderzoek

Een globaal en indicatief onderzoek naar de fundering. Hier moet niet al te veel waarde aan worden gehecht.

Indringingswaarde

De afstand in mm waarover de pen van de standaard prikker het funderingshout binnendringt. Maat voor kwaliteit en aantasting.

Infiltratiesysteem

Een systeem om grondwater toe te voegen tot een gewenst niveau.

Informatieplicht

De plicht van de verkoper om bekende (funderings)informatie over de woning aan potentiële kopers te melden, waar nodig ondersteund door de verkoopmakelaar.

Inklinking

De grond wordt door druk en uitdroging in elkaar gedrukt, waardoor het maaiveld zakt.

Instorting

Het aantal millimeter dat een houten paal is ingestort in een betonbalk.

K

KCAF-richtlijn

Kwaliteitsstandaard van het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek voor risico-indicaties en aanvullend onderzoek. Deelt risiconiveaus in als A–B (laag), C (midden) en D–E (hoog). Geldt als standaard totdat een uniforme landelijke richtlijn gereed is.

Kesp

Verbindingshout tussen twee palen bij een Amsterdamse fundering; samen vormen ze een juk.

Kilgoot

Een goot tussen twee dakvlakken.

Kleefpaal

Korte paal die draagkracht krijgt uit wrijving in slappe grondlagen.

Klic-melding

Melding aan het Kabels en Leidingen Informatie Centrum voor informatie over ondergrondse infrastructuur.

Kruipluik

Luik in de beganegrondvloer voor toegang tot de kruipruimte.

Kruipruimte

Ruimte onder de beganegrondvloer.

L

Landelijke informatievoorziening

Door het Rijk te ontwikkelen publieke voorziening waarin funderingsrisico-indicaties worden gebaseerd op publieke en private brondata, met een uniform risicomodel. Invoering voorzien vanaf 2028, volledige werking vanaf 2030; tot die tijd draait de keten op bestaande marktvoorzieningen zoals FunderMaps.

Langshout

Houten balk onder een draagmuur die belasting overdraagt op paaljukken.

Latei

Horizontale overspanning boven een opening in metselwerk.

Lintvoeg + lintvoegwaterpasmeting

Oorspronkelijk horizontale voeg; opnieuw meten toont lokale zakkingen.

M

Maaiveldhoogte

Hoogte van het maaiveld ten opzichte van NAP.

Mandeligheid

Vorm van gedeeld eigendom, vaak bij woningscheidende muren.

Meetbout

Boutje in de gevel voor lintvoegwaterpasmetingen.

Metselverband

Patroon van stenen in metselwerk.

Modelmatige gegevens

Gegevens op basis van modelberekening, bijvoorbeeld inschattingen op basis van bouwjaar, ondergrond, grondwaterstand en satellietmetingen van pandzakking.

Monitoring

Meerdere jaren volgen van grondwaterstand, zetting en scheuren.

N

NAF (Nationale Aanpak Funderingen)

Het rijksbrede programma voor de aanpak van funderingsproblematiek in Nederland, waarvan het convenant transparante funderingsinformatie onderdeel uitmaakt.

NAP

Normaal Amsterdams Peil; landelijk referentieniveau.

Negatieve kleef

Zakkende grondlagen trekken aan palen, waardoor extra belasting ontstaat.

Neut

Blokje steen of hout waarop een kozijn rust; voorkomt vochtproblemen.

Niet onderheide fundering

Fundering zonder palen, direct op de grond; ook fundering op staal.

Nulmeting

Vooropname met foto’s van onder andere scheuren.

O

Onderkant metselwerk of fundering

Laagste niveau van het metselwerk of de betonbalk; niet gelijk aan de bovenkant van het funderingshout.

Onderzoeksplicht

De plicht van de koper om zelf onderzoek te (laten) doen naar de staat van de woning, waaronder de fundering, voorafgaand aan de koop.

Ontbindende voorwaarde funderingsproblemen

Standaardbepaling in de model-koopovereenkomst waarmee de koper de koop kan ontbinden bij geconstateerde funderingsproblemen. Wil een koper deze bepaling schrappen, dan wijst de makelaar expliciet op de mogelijke gevolgen.

Overstek

Constructiedeel dat aan één zijde wordt ondersteund.

P

Paaljuk

Kesp met twee palen bij een Amsterdamse fundering.

Paalkop

Bovenste deel van een funderingspaal.

Paalrot

Schimmelaantasting door droogstand; paal verliest draagkracht.

Paalschacht

Buitenkant van de paal, van kop tot voet.

Paalvoet

Onderkant van een paal.

Palenpest

Bacteriële aantasting van vooral grenen palen; tast de spintlaag aan.

Palenplan

Bovenaanzicht met de plaats van palen.

Peil

Meestal de bovenkant van de beganegrondvloer.

Peilbuis

Meetbuis met filter voor grondwaterstand.

Peilgebied

Gebied met gestabiliseerd waterpeil door het waterschap.

Penant

Metselwerk naast of tussen kozijnen.

Poer

Blokvormig funderingsdeel, meestal van beton, met meerdere palen.

Prikapparaat

Zie hardheidshamer.

Prikker

Zie hardheidshamer.

Primaire net peilbuizen

Grofmazig peilbuizennetwerk dat sinds 1994 maandelijks wordt gemeten.

PvE

Pakket van Eisen voor onder andere funderingshersteloffertes.

Pylodon

Zie hardheidshamer.

Q

QuickScan

Beperkt funderingsonderzoek boven de grond volgens de KCAF-richtlijn (fase 1), uitgevoerd door een erkend onderzoeker. Toetst een risico-indicatie op locatie en levert nieuwe vastgestelde gegevens op die de funderingsdatabase verrijken.

R

Retourbemaling

Installatie die opgepompt water terug in de grond brengt.

Risicocategorieën A t/m E

Indeling van funderingsrisico volgens de KCAF-richtlijn: A–B staat voor laag risico, C voor midden risico en D–E voor hoog risico. Eerste indicaties van het geschatte funderingsrisico bij een specifiek pand — geen definitieve labels.

Rollaag

Laag op kant gemetselde stenen, vaak boven kozijnen.

Roosterhout

Houten roosterwerk onder funderingen op staal.

Rotterdamse fundering

Rij houten palen met langshout en schuifhout; soms met kesp.

S

Scheefstand

Hellingshoek ten opzichte van het horizontale vlak.

Scheurvorming

Patroon en geheel van scheuren in een pand.

Schimmelaantasting

Schimmelvorming in palen door droogstand.

Schuifhout

Houten balkje op langshout om het metselwerk te fixeren.

Secundaire net peilbuizen

Fijnmazig meetnet; niet representatief voor een beoordeling.

Slaghamer

Meetinstrument om de indringingswaarde te bepalen.

Slangenwaterpas

Meetapparaat voor hoogteverschillen.

Sondering

Geotechnisch onderzoek door een conus in de grond te drukken.

Spatkracht

Horizontale kracht onder bogen of gewelven.

Specht

Apparaat voor het meten van de indringingswaarde van palen.

Stalen buispalen

Worden gebruikt voor een nieuwe fundering onder bestaande woningen.

Stempel

Tijdelijke ondersteuningsconstructie.

T

Trasraam

Onderste deel van een gevel in minder wateroptrekkende steen.

Trompverbinding

Verbinden van stalen buissegmenten door een segment op te rekken.

U

UGT

Uiterste Grens Toestand.

V

Vastgestelde gegevens

Feitelijke gegevens over een pand, fundering of ondergrond, bijvoorbeeld uit funderingsonderzoek, een bouwkundige opname, archiefstukken of bewijs van uitgevoerd funderingsherstel.

Venster

Lichtopening voorzien van kozijn en overspanning.

Versnijding

Stapsgewijze afname van de breedte van metselwerk.

Vijzel

Hydraulische cilinder.

Vlechting

Siermetselwerk bij puntgevels.

Vlechtwerk

Siermetselwerk in boogvelden of friezen.

Volledig funderingsonderzoek

Uitgebreid funderingsonderzoek, doorgaans inclusief ontgraving van de fundering (en bij houten palen houtmonsteronderzoek). Geeft een definitief beeld van de staat van de fundering en de werkelijke herstelopgave en -kosten.

W

Waterpasinstrument

Instrument voor het meten van hoogteverschillen.

Waterpassing

Nauwkeurige niveaubepaling.

Z

Zakking/zetting

Maat voor hoe ver een pand is gezakt ten opzichte van de originele positie.

Zettingsverschillen

Verschillen in zakking tussen onderdelen; kan schade veroorzaken.

Gerelateerde artikelen

FAQ en woordenlijst

FAQ

Veelgestelde vragen over FunderMaps, risico’s en levering.

11-6-2026Lees meer