Je hebt het onderzoek laten doen, de aanpak gekozen en de financiering rond. En dan houdt de vergunning het traject nog maanden op. Dat patroon is nu onderzocht: in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) analyseerde Weusthuis en Partners het vergunningproces bij funderingsherstel. Het rapport verscheen op 19 mei 2026 en is openbaar.
De conclusie is ongemakkelijk en hoopgevend tegelijk. Ongemakkelijk, omdat funderingsherstel binnen de Omgevingswet niet bestaat als eigen categorie. Hoopgevend, omdat de grootste verbeteringen volgens de onderzoekers geen wetswijziging vragen, maar andere werkafspraken — vandaag te maken.
Waar het onderzoek vandaan komt
Het Rijk verwacht dat ongeveer 425.000 gebouwen in Nederland met funderingsschade te maken krijgen. Daarvan hebben er naar schatting 25.000 ernstige tot zeer ernstige schade. Op de innovatiebijeenkomst ondiepe funderingen van de Nationale Aanpak Funderingen (NAF), KCAF en KBF in oktober 2025 werd het vergunningstraject als knelpunt aangewezen, met de Groote Veenpolder in Weststellingwerf als concrete casus: daar liep herstel vast op een kavelsplitsing die niet in het omgevingsplan paste.
Voor het onderzoek zijn de regels in kaart gebracht, is de Vergunningcheck van het Omgevingsloket zelf ingevuld met een fictieve casus, en zijn 14 gesprekken gevoerd — van woningeigenaar en bewonersbegeleider tot gemeenten, omgevingsdienst, erfgoedadviseurs, KCAF en aannemers.
Funderingsherstel bestaat juridisch niet
Dit is de kern van het rapport. Onder de Omgevingswet is er geen vergunning voor funderingsherstel. Per project moet opnieuw worden vastgesteld welke activiteiten aan de orde zijn:
- de technische bouwactiviteit — bijna altijd het vertrekpunt, omdat je aan de dragende constructie werkt;
- een omgevingsplanactiviteit of BOPA, zodra het herstel gecombineerd wordt met een kelder, uitbouw, optopping of kavelsplitsing;
- een wateractiviteit of lozing, bij bemaling, grondwaterverlaging of infiltratie;
- een monumenten- of archeologieactiviteit bij erfgoed.
Die kwalificatie bepaalt alles wat daarna komt: welk bevoegd gezag beslist, welke stukken je moet aanleveren en welke termijn geldt.
De termijnen op een rij:
| Situatie | Beslistermijn |
|---|---|
| Reguliere procedure (hoofdregel) | 8 weken, eenmaal te verlengen met 6 weken |
| Uitgebreide procedure (bijzondere gevallen) | 26 weken, te verlengen met 6 weken |
| Alleen een melding | Geen beslistermijn; starten mag pas 4 weken na de melding |
Een meldingsroute ligt bij funderingsherstel meestal niet voor de hand: het gaat om verbouw, en de meldplicht uit de Wet kwaliteitsborging geldt tot en met 2028 alleen voor nieuwbouw. Werk aan de dragende constructie is vrijwel altijd vergunningplichtig.
De Vergunningcheck kent het woord fundering niet
De onderzoekers vulden de Vergunningcheck in het Omgevingsloket in voor een vrijstaande woning op een dijk. Wat ze tegenkwamen:
- "Funderingsherstel" staat er niet bij als activiteit. Je moet uitwijken naar bouwen, slopen, bodemingrepen en wateringrepen.
- Bij de vraag wat voor bouwwerk je realiseert, ontbreekt "fundering".
- Gemeente, provincie en waterschap stellen hun vragen achter elkaar, zonder ontdubbeling. Dezelfde vraag komt dus meerdere keren langs.
- Het invullen kostte ruim een uur. Daarna meldt het resultaat dat je er geen rechten aan kunt ontlenen en dat je alsnog contact moet opnemen met gemeente en waterschap.
- Wat je precies moet aanleveren om die vergunningen aan te vragen, staat er niet in.
Waar het in de praktijk misgaat
Het rapport ordent de knelpunten naar vier processtappen. Sterk samengevat:
Bij de aanvraag weet vrijwel niemand precies welke activiteiten aangevraagd moeten worden. Aanvragen missen regelmatig het funderingsonderzoek, de sonderingen, de peilen, de constructieve berekening of de motivering van de gekozen herstelmethode. Erfgoed en archeologie komen vaak te laat in beeld. Bij een bouwblok komt daar de afstemming tussen meerdere eigenaren bovenop.
Bij de beoordeling ontbreekt op veel plekken specialistische kennis van bestaande bouw en grondmechanica. De toets is sectoraal ingericht, waardoor aanvullende vragen laat en onverwacht komen. Vergelijkbare aanvragen worden verschillend beoordeeld. Voor de aanvrager voelt de behandeling als een black box — en de urgentie die hij voelt, wordt aan de andere kant van de tafel niet altijd gevoeld.
Bij de uitvoering sluit de papieren beoordeling slecht aan op wat er op de bouwplaats speelt: werkruimte, fasering, bescherming van belendende panden. Verkeersmaatregelen en toestemmingen voor de bouwplaats kosten onverwacht veel tijd en verschillen per gemeente.
Bij het toezicht zijn meldplichten vaak niet bekend, staat toezicht los van de vergunningverlening, en ontbreekt een snelle route bij acuut gevaar. En misschien wel het belangrijkste: er is nauwelijks terugkoppeling van uitvoering en toezicht naar monitoring en beleid. Kennis over waar herstel is uitgevoerd en met welke aanpak, verdwijnt.
De vergunning is een laat moment in een lang proces
Een van de sterkste observaties uit het rapport gaat niet over regels. Meerdere geïnterviewden beschrijven wat een eigenaar doormaakt als een rouwproces: een klemmende deur, een scheur, dan het bericht dat de fundering de oorzaak is, en daarna maanden van onzekerheid over oplossing, kosten en financiering.
De vergunning wordt aangevraagd op het moment dat die eigenaar eindelijk weer vooruit durft te kijken. Het is ook het eerste moment dat de overheid als beslissende partij in beeld komt. Vertraging telt daardoor dubbel — en de overheid wordt aan het eind van het traject gezien als de grote vertrager.
Wat wél werkt
De onderzoekers vonden ook werkwijzen die helpen:
- Scheid het funderingsherstel van andere bouwwensen. Voorkom dat één kelder of uitbouw het herstel van een heel bouwblok ophoudt.
- Betrek de constructeur al bij de volledigheidstoets, niet pas bij de inhoudelijke beoordeling.
- Korte interne lijnen. Waar vergunningverlener, constructeur, monumentenadviseur en toezichthouder dicht bij elkaar zitten, gaat het aantoonbaar sneller en consistenter.
- Beoordeel integraal, maar proportioneel. Vraag alleen de onderzoeken die dit project echt nodig heeft.
- Cluster kennis per regio, niet landelijk. Funderingsherstel is sterk regionaal gebonden door de opbouw van de ondergrond; wat in de ene regio werkt, werkt elders niet.
- Monitoring en vroegsignalering, gekoppeld aan een funderingsloket met korte lijnen naar vergunningverlening.
Het rapport eindigt met achttien aanbevelingen op beleids-, organisatie- en operationeel niveau, en met vijf quick wins die gemeenten en omgevingsdiensten zonder wetswijziging kunnen invoeren: vooroverleg standaard maken, werken met een korte checklist met indieningsvereisten, één vast aanspreekpunt per dossier aanwijzen, de constructeur vroeg laten meekijken, en lokale werkafspraken maken met het waterschap over samenhangende aanvragen.
Twee knelpunten waar wij aan werken
Twee bevindingen uit het rapport raken direct aan wat wij bouwen.
Kosten aan de voorkant zijn een drempel
Het rapport noemt de kosten van onderzoek, berekeningen, adviseurs en leges expliciet als reden waarom eigenaren het proces uitstellen. En bij een bouwblok moeten meerdere eigenaren het eens worden over de kostenverdeling voordat er überhaupt een aanvraag ligt.
Daar helpt een onderbouwd kostenbeeld vroeg in het traject bij. Met de herstelkostencalculator bereken je de funderingsherstelkosten op adresniveau volgens de officiële KCAF-rekenmethodiek, afgestemd op funderingstype, herstelmethode en bouwkundige eenheid. Het resultaat is reproduceerbaar en uit te leggen — precies wat je nodig hebt om met buren, gemeente of financier hetzelfde gesprek te voeren. Met een gratis account gebruik je de uitgebreide versie, bewaar je berekeningen en druk je het resultaat af in een rapport. Meer achtergrond staat op de productpagina.
Kennis over uitgevoerd herstel verdwijnt
Het rapport constateert dat terugkoppeling vanuit uitvoering en toezicht naar monitoring en beleid geregeld ontbreekt, waardoor kennis verloren gaat over waar herstel is uitgevoerd en welke aanpak is gekozen. Bij verkoop verdwijnt die kennis vervolgens ook uit het geheugen van de vorige eigenaar.
Dat is precies het gat dat het Nationaal Funderingsherstel Register (NHR) dicht. Je meldt uitgevoerd herstel aan met een bewijsstuk — een as-built tekening, vergunning of factuur — het wordt gecontroleerd en objectgebonden vastgelegd, en je ontvangt een officieel certificaat. Daarmee blijft de informatie beschikbaar voor de volgende eigenaar, de taxateur, de financier en de gemeente, ook als het pand van eigenaar wisselt.
Voor eigenaren: het advies uit het rapport zelf
De onderzoekers formuleerden één aanbeveling rechtstreeks aan eigenaar-bewoners: heb je de kennis over constructie, vergunningen en mogelijke oplossingen niet zelf in huis, koop die dan in. Vraag bij voorkeur meerdere partijen en kies er een die jouw situatie objectief beoordeelt en een oplossing biedt die daarbij past.
Nog niet zo ver? Begin dan bij de vraag of er iets aan de hand is. Een Verkennend funderingsonderzoek (voorheen QuickScan / Fase 0-onderzoek) bevestigt of ontkracht het risico met beperkte metingen op locatie; pas daarna is een Uitgebreid funderingsonderzoek (voorheen Fase 1- en 2-onderzoek) aan de orde. Zie ook Van signaal tot herstel.
Bron
Vergunningproces funderingherstel — Analyse en oplossingsmogelijkheden, Anke Lodder en Andreas Hartman, Weusthuis en Partners, in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, 19 mei 2026. Het volledige rapport is te downloaden via https://www.kbf.nl/assets/uploads/2026/06/260519_def_Rapport-Analyse-vergunningproces-funderingsherstel.pdf