FunderConsult

Inbreng · commissiedebat Funderingsproblematiek · 10 september 2026

Het funderingsregister bestaat al

Een landelijk risicobeeld voor elk pand in Nederland is er. Het zit sinds april in elke taxatie, het leert van elk onderzoek op locatie, en het hoeft niet opnieuw uitgevonden te worden.

Waarom dit stuk

Op 10 september spreekt de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met de minister over de voortgang van de Nationale Aanpak Funderingen. In de aanloop daarnaartoe klinkt van verschillende kanten de roep om betere funderingsdata, een landelijk risicobeeld en concreet handelingsperspectief, met daaraan gekoppeld de aankondiging van een nieuw landelijk funderingsrisicomodel.

Die roep om betere data delen wij. Maar het landelijk risicobeeld is er al. Het wordt vandaag gebruikt bij elke woningtaxatie in Nederland, het is gekoppeld aan onderzoek op locatie, en het wordt met elk uitgevoerd onderzoek beter. Theoretische vraagstukken kunnen belangrijk zijn. Het wiel hoeft daarvoor niet opnieuw uitgevonden te worden.

Wat er staat

De basis komt uit landelijke voorzieningen: de BAG, het AHN, de BRO, het Nationaal Watermodel en klimaatmodellen. Daarbovenop ligt een laag die nergens anders bestaat, en die elke dag groeit.

2,5 mln
panden waarvan archiefstukken het funderingstype aangeven
500.000+
kwaliteitspunten uit onderzoek en metingen op locatie
± 540
adressen per dag verrijkt met nieuwe funderingsgegevens
18.748
panden in het Nationaal Funderingsherstelregister

Bron: Stand van het Land 2025 (KCAF), peildatum maart 2025.

Funderingstype van 6.439.903 panden

De houten paal is de kleinste groep en trekt de meeste aandacht, maar het merendeel van de panden staat op staal. Droogte en krimpende bodem raken juist die groep. Een risicobeeld dat alleen over paalrot gaat, mist het grootste deel van de opgave.

  • Ondiepe fundering57% · 3.652.212 panden
  • Betonpaal38% · 2.417.557 panden
  • Houten paal6% · 370.134 panden

Houten paal is inclusief 164.245 panden op houten paal met oplanger. Percentages afgerond. Bron: Stand van het Land 2025, tabel 1.

Wat we zeker weten, en wat we afleiden

Het register is eerlijk over zijn eigen betrouwbaarheid. Elk pand krijgt niet alleen een funderingstype, maar ook het niveau waarop dat is bepaald. Die driedeling staat in elk rapport dat een taxateur onder ogen krijgt.

  • Vastgesteld uit onderzoek, archiefstukken of bouwkundige rapporten4%

    263.357 panden

  • Afgeleid uit vergelijkbare panden binnen dezelfde bouwkundige eenheid15%

    943.995 panden

  • Modelmatig geschat op basis van bouwjaar en ondergrondgegevens81%

    5.232.551 panden

Hier zit de opgave, en hier hoort het geld naartoe. Elk pand dat van modelmatig naar vastgesteld schuift, maakt het landelijke beeld scherper. Sinds de peildatum is de dekking doorgegroeid: inmiddels geven archiefstukken voor ongeveer 2,5 miljoen panden het funderingstype aan.

Gekoppeld aan onderzoek op locatie

Het risicobeeld staat niet los van de praktijk. Het funderingsonderzoek kent drie gestandaardiseerde stappen: een goedkoop signaal voor iedereen, verificatie op locatie waar het signaal daar aanleiding toe geeft, en volledig veldonderzoek alleen waar dat nodig blijft.

  1. Stap 1

    Funderingsrisico-inschatting

    voorheen Funderingsrisicorapport

    Bureau-inschatting van het funderingsrisico op pandniveau, op basis van de Nationale Funderings Database — zonder bezoek op locatie.

    Beoordeling: Klasse A t/m E

  2. Stap 2

    Verkennend funderingsonderzoek

    voorheen QuickScan / Fase 0-onderzoek

    Beperkt onderzoek op locatie door een erkend bureau: metingen aan het pand die het risico bevestigen of ontkrachten.

    Beoordeling: laag / midden / hoog

  3. Stap 3

    Uitgebreid funderingsonderzoek

    voorheen Fase 1- en 2-onderzoek

    Volledig veldonderzoek — lintvoeg, lood, scheur, vloerveld, ondergrond en archief; waar nodig inspectieput en paalinspectie.

    Beoordeling: voldoende tot slecht

De terugmelding is het punt

De uitkomsten van stap 2 en 3 gaan terug de database in. Elk onderzoek op locatie corrigeert of bevestigt wat het model dacht, waarna de volgende inschatting in dezelfde straat beter is. Zonder die stap is een risicomodel een momentopname die niet leert.

De risicoklassen A t/m E

Elke woning krijgt in het taxatierapport een klasse. Die zegt iets over kans en onzekerheid, niet over een vastgesteld gebrek.

Klasse A

Geen risico

Klasse A

Er zijn geen aanwijzingen voor funderingsproblemen. De fundering wordt als stabiel beschouwd op basis van beschikbare gegevens.

Klasse B

Licht risico

Klasse B

Er zijn beperkte aandachtspunten, maar geen directe aanwijzingen voor schade of problemen.

Klasse C

Verhoogd risico of onzekerheid

Klasse C

Er zijn signalen of omstandigheden die kunnen wijzen op een verhoogd risico, of er is onvoldoende zekerheid in de beschikbare data. Nader inzicht kan wenselijk zijn.

Klasse D

Hoog risico

Klasse D

Er zijn duidelijke aanwijzingen dat funderingsproblemen kunnen spelen. Hier volgt een verkennend funderingsonderzoek, ongeacht de betrouwbaarheid van de inschatting.

Klasse E

Vastgesteld probleem

Klasse E

Er is sprake van een aangetoond funderingsprobleem, bijvoorbeeld op basis van uitgevoerd funderingsonderzoek of bekende schade. Ook hier volgt een verkennend funderingsonderzoek.

Betrouwbaarheid van de gegevens

Niet voor elk pand zijn gegevens beschikbaar over funderingstype en -kwaliteit. Momenteel bevat FunderMaps (berekening Q1 2025) voor circa 35% van de panden met bouwjaar voor 1970 vastgestelde funderingsdata. Op basis van beschikbare bronnen worden drie betrouwbaarheidsniveaus onderscheiden:

Vastgesteld

Gegevens die direct op adresniveau zijn verzameld, bijvoorbeeld via inspecties, herstelrapportages of aangeleverde documentatie.

Afgeleid

Gegevens die gelden binnen een bouweenheid met vergelijkbare bebouwing. Vastgestelde informatie van een pand werkt dan door naar de aangrenzende panden.

Indicatief

Modelberekeningen voor panden zonder directe data, gebaseerd op bodemopbouw, grondwaterstanden en in delen van Nederland satellietmetingen.

Breed ingezet in de financiële keten

De voortgangsbrief van 28 augustus noemt transparantie en verankering in het koopproces als een van de vijf subdoelen van de nationale aanpak. Dat subdoel is voor een groot deel al gerealiseerd, door de sector zelf.

  1. 1 april 2026

    Elk taxatierapport bevat een verplichte funderingsparagraaf. Elke woning krijgt een risicoklasse A tot en met E. Bij D of E volgt eerst verkennend onderzoek.

    taxateurs · NRVT · NWWI

  2. 2026

    Het verkennend funderingsonderzoek door een erkend bureau wordt aanvaard als onderbouwing bij de hypotheekaanvraag.

    banken · NWWI

  3. 1 januari 2027beoogd

    Herstelkosten worden meegewogen in de toetsing wanneer een woning een hoog funderingsrisico heeft.

    NHG

Deze data wordt niet commercieel verkocht. Zij wordt ingezet voor gemeenten, voor corporaties en in de aan- en verkoopketen. Het register is een publieke voorziening in handen van een stichting zonder winstoogmerk, niet een verdienmodel.

Lastige data, die uitleg nodig heeft

Funderingsdata is anders dan een energielabel. Een risicoklasse zegt iets over kans en over onzekerheid, niet over een vastgesteld gebrek. Een pand in klasse D heeft geen aangetoond probleem; het heeft kenmerken waarbij nader kijken verstandig is. Voor vier op de vijf panden is het type bovendien modelmatig bepaald. Dat verschil is voor een bewoner het verschil tussen een verstandige volgende stap en een slapeloze nacht.

Daarom is het geen open databron, maar wel op pandniveau opvraagbaar, met iemand erbij die het kan uitleggen.

Die uitleg kunnen makelaars, taxateurs, de lokale funderingsloketten en het nationaal funderingsloket goed geven. Zij kennen de woning, de straat en het vervolg. Daarom is de database niet als open bestand beschikbaar, maar is de informatie voor elk afzonderlijk pand op te vragen bij uw makelaar, uw taxateur, het funderingsloket of een onderzoeksspecialist.

Wat wij de Kamer vragen

  1. 1Erken het bestaande register en de bestaande keten als basis.Investeer in datadekking: archiefonderzoek met gemeenten en corporaties, verkennend onderzoek en de terugmelding daarvan. Elk pand dat van modelmatig naar vastgesteld schuift, is winst. Een tweede model naast het eerste is dat niet.
  2. 2Laat nieuwe kennis aansluiten als module.Onderzoek naar bijvoorbeeld het krimp- en zwelgedrag van kleigronden is welkom en hard nodig. Het bestaande model is modulair en de methodiek is open source. Nieuwe kennis hoort daarin, niet ernaast. Eén risicobeeld voor eigenaar, taxateur, bank en gemeente, niet twee die elkaar tegenspreken.
  3. 3Borg de governance landelijk.De richtlijn, de erkenningsregeling en de terugmelding van onderzoeksresultaten bestaan al. Maak het beheer van het register en de terugmeldplicht onderdeel van de nationale aanpak, zodat elk onderzoek op locatie het landelijke beeld verbetert en niet in een la verdwijnt.

Oproep

Aan de woordvoerders in het debat van 10 september

De woningeigenaar, de taxateur en de bank werken vandaag al met een landelijk risicobeeld. Neem dat als vertrekpunt. Investeer in dekking, laat nieuwe kennis aansluiten als module, en borg het beheer landelijk. Wij lichten de cijfers en de keten graag toe, voor of na het debat.

  • Jeremy MooimanPVV
  • Habtamu de HoopPRO
  • Jurgen NobelVVD
  • Peter de GrootVVD
  • Robin van LeijenD66
  • Jan PaternotteD66
  • Hanneke SteenCDA
  • Ranjith ClemminckJA21
  • Sandra BeckermanSP
  • Pieter GrinwisChristenUnie
  • André FlachSGP
  • Femke WiersmaBBB

Woordvoerders volkshuisvesting en leden van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, stand 3 september 2026. De fractie GroenLinks-PvdA heet sinds 10 juni 2026 PRO.

Bronnen

  • KCAF, Stand van het Land 2025, 8 april 2025, nummer 2024-0003-002.
  • Tweede Kamer, commissiedebat Funderingsproblematiek, vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, 10 september 2026.
  • Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Voortgang Nationale Aanpak Funderingen, Kamerstuk 28325 nr. 335, 28 augustus 2026.
  • NRVT, Nieuw model Taxatierapport Woonruimte per 1 april 2026.
  • Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, Goed gefundeerd, 2024.