Inbreng voor het commissiedebat Funderingsproblematiek van 10 september 2026, gericht aan de leden van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
Geachte leden van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
Op 10 september spreekt u met de minister over de voortgang van de Nationale Aanpak Funderingen. In de aanloop daarnaartoe klinkt van verschillende kanten de roep om betere funderingsdata, een landelijk risicobeeld en concreet handelingsperspectief, met daaraan gekoppeld de aankondiging van een nieuw landelijk funderingsrisicomodel.
Die roep om betere data deel ik. Maar ik wil u één ding meegeven: het landelijk risicobeeld is er al. Het wordt vandaag gebruikt bij elke woningtaxatie in Nederland, het is gekoppeld aan onderzoek op locatie, en het wordt met elk uitgevoerd onderzoek beter. Theoretische vraagstukken kunnen belangrijk zijn. Het wiel hoeft daarvoor niet opnieuw uitgevonden te worden.
De landelijke cijfers in dit stuk komen uit Stand van het Land 2025, de landelijke inventarisatie van het KCAF op basis van de FunderMaps-database, peildatum maart 2025.
Waar het KCAF voor staat
KCAF staat voor Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek. Het is een onafhankelijke stichting, opgericht in 2012, zonder winstoogmerk. Het KCAF verzamelt en ontsluit kennis over het voorkomen en aanpakken van funderingsproblemen, en is daarmee het aanspreekpunt voor woningeigenaren, gemeenten en professionals.
Die onafhankelijkheid is geen bijzaak. Het KCAF verkoopt geen onderzoek en geen herstel, en heeft dus geen belang bij de uitkomst van een beoordeling. Dat is precies waarom een register bij het KCAF kan liggen en bij een marktpartij niet.
- Funderingsloket. Het nationale loket waar een woningeigenaar kosteloos terechtkan met een funderingsprobleem, naast de lokale funderingsloketten in gemeenten waar de problematiek speelt.
- Richtlijn. Het KCAF beheert de richtlijn Funderingen onder gebouwen, die sinds 2023 de eerdere aparte richtlijnen voor houten palen en ondiepe funderingen vervangt. Een commissie met erkende onderzoeksbureaus, gemeenten en corporaties actualiseert hem periodiek.
- Erkenningsregeling. Vier categorieën bedrijven worden erkend: onderzoeksbureaus, bureaus voor verkennend onderzoek, herstelbedrijven en procesbegeleiders. Voorwaarden zijn aantoonbare deskundigheid en jaarlijkse bijscholing. Klachten gaan naar een onafhankelijke commissie.
- Opleiding. Cursussen over funderingsproblematiek, funderingsonderzoek en het uitvoeren van verkennend onderzoek, ontwikkeld met kennisinstellingen en experts uit de sector.
- Register. Samen met FunderMaps draagt het KCAF de landelijke funderingsdatabase en het Nationaal Funderingsherstelregister, en publiceert het de landelijke cijfers in Stand van het Land.
Wat er staat
FunderMaps is samen met het KCAF opgezet als landelijke funderingsdatabase. Voor elk pand in Nederland is een funderingstype en een funderingsrisico beschikbaar. De basis komt uit landelijke voorzieningen: de BAG voor bouwjaren en pandgegevens, het AHN voor maaiveldhoogtes, de BRO voor bodemopbouw, het Nationaal Watermodel voor grondwaterstanden en klimaatmodellen voor de verwachting.
Daarbovenop ligt een laag die nergens anders bestaat, en die elke dag groeit.
| Wat | Aantal |
|---|---|
| Panden waarvan archiefstukken het funderingstype aangeven | 2,5 miljoen |
| Kwaliteitspunten uit onderzoek en metingen op locatie | meer dan 500.000 |
| Adressen per dag verrijkt met nieuwe funderingsgegevens | ongeveer 540 |
| Panden in het Nationaal Funderingsherstelregister | 18.748 |
Dat is een ongekend mooie basis voor risicomodellering. En die modellen verzint FunderMaps niet alleen. De methodiek is open source. De klimaat- en risicoafdelingen van een aantal banken denken mee over de aannames. Bouwkundige keurings- en onderzoeksbureaus leveren bij iedere aan- en verkoop de kwaliteitsdata uit hun onderzoek op locatie aan de nationale database. Het model is daarmee continu in beweging.
De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur bouwde zijn advies Goed gefundeerd uit 2024 op deze data. De eerste editie van Stand van het Land is destijds op verzoek van de Raad opgesteld en leverde voor het eerst landelijke cijfers over funderingsrisico's. Het landelijk risicobeeld waar nu om gevraagd wordt, lag dus al onder dat advies.
Funderingstype van 6.439.903 panden
| Funderingstype | Aandeel | Panden |
|---|---|---|
| Ondiepe fundering | 57% | 3.652.212 |
| Betonpaal | 38% | 2.417.557 |
| Houten paal, inclusief oplanger | 6% | 370.134 |
De houten paal is de kleinste groep en trekt de meeste aandacht, maar het merendeel van de panden staat op staal. Droogte en krimpende bodem raken juist die groep. Een risicobeeld dat alleen over paalrot gaat, mist het grootste deel van de opgave.
Het funderingstype volgt bovendien het bouwjaar. Tot ver in de negentiende eeuw stond bijna alles op staal of op houten palen. De betonpaal komt pas na 1960 op en verdringt daarna in korte tijd de rest. Dat is de reden dat de opgave zich concentreert in de oudere woningvoorraad, en dat een pand uit 1890 om een ander gesprek vraagt dan een pand uit 1990.
Wat we zeker weten, en wat we afleiden
Het register is eerlijk over zijn eigen betrouwbaarheid. Elk pand krijgt niet alleen een funderingstype, maar ook het niveau waarop dat is bepaald.
| Betrouwbaarheid | Aandeel | Panden |
|---|---|---|
| Vastgesteld, op basis van onderzoek of archiefstukken | 4% | 263.357 |
| Afgeleid, uit vergelijkbare panden in dezelfde bouwkundige eenheid | 15% | 943.995 |
| Modelmatig geschat | 81% | 5.232.551 |
Hier zit de opgave, en hier hoort het geld naartoe. Elk pand dat van modelmatig naar vastgesteld schuift, maakt het landelijke beeld scherper. Sinds de peildatum van maart 2025 is de dekking doorgegroeid: inmiddels geven archiefstukken voor ongeveer 2,5 miljoen panden het funderingstype aan.
Over risico's doet het register alleen uitspraken waar genoeg gevalideerde onderzoeksdata onder ligt. Van de zes risicomodellen zijn dat er nu twee: droogstand bij houten palen, en tekort aan ontwateringsdiepte bij ondiepe funderingen. Samen komen daar 519.002 panden met verhoogd risico en 168.328 panden met urgent risico uit. Die terughoudendheid is een kenmerk van het register, geen tekortkoming: er wordt niet gepubliceerd wat niet onderbouwd is.
Breed ingezet in de financiële keten
De voortgangsbrief van 28 augustus noemt transparantie en verankering in het koopproces als een van de vijf subdoelen van de nationale aanpak. Dat subdoel is voor een groot deel al gerealiseerd, door de sector zelf, in het afgelopen half jaar.
- 1 april 2026. Elk taxatierapport bevat een verplichte funderingsparagraaf. Elke woning krijgt een risicoklasse A tot en met E. Bij D of E volgt eerst verkennend onderzoek. Betrokken: taxateurs, NRVT en NWWI.
- 2026. Het verkennend funderingsonderzoek door een erkend bureau wordt aanvaard als onderbouwing bij de hypotheekaanvraag. Betrokken: banken en NWWI.
- 1 januari 2027, beoogd. Herstelkosten worden meegewogen in de toetsing wanneer een woning een hoog funderingsrisico heeft. Betrokken: NHG.
Daarnaast krijgen makelaars in het voortraject al een indicatie uit dezelfde bron, en gebruiken gemeenten en corporaties de database voor hun eigen aanpak, van wijkprioritering tot herstelprogramma's.
Belangrijk voor uw oordeel: deze data wordt niet commercieel verkocht. Zij wordt ingezet voor gemeenten, voor corporaties en in de aan- en verkoopketen. Het register is een publieke voorziening in handen van een stichting zonder winstoogmerk, niet een verdienmodel.
Gekoppeld aan onderzoek op locatie
Het risicobeeld staat niet los van de praktijk. Het funderingsonderzoek kent sinds dit jaar drie gestandaardiseerde stappen: een goedkoop signaal voor iedereen, verificatie op locatie waar het signaal daar aanleiding toe geeft, en volledig veldonderzoek alleen waar dat nodig blijft.
- Funderingsrisico-inschatting, voorheen het funderingsrisicorapport. Bureaubeoordeling op basis van de nationale database, zonder bezoek. Uitkomst: klasse A tot en met E.
- Verkennend funderingsonderzoek, voorheen QuickScan of Fase 0. Volgt bij klasse D of E. Beperkte opname op locatie door een erkend bureau, met metingen die het risico bevestigen of weerleggen. Uitkomst: laag, midden of hoog.
- Uitgebreid funderingsonderzoek, voorheen Fase 1 en 2. Volgt bij een hoge uitkomst. Volledig veldonderzoek met ondergrond- en archiefanalyse. Uitkomst: voldoende tot slecht.
De uitkomsten van stap 2 en 3 worden teruggemeld aan de database. Die terugmelding is het punt. Elk onderzoek op locatie corrigeert of bevestigt wat het model dacht, waarna de volgende inschatting in dezelfde straat beter is. Zonder die stap is een risicomodel een momentopname die niet leert.
De opname in stap 2 gebeurt uniform, via een applicatie die de beoordelingsrichtlijn afdwingt, zodat twee bureaus bij hetzelfde pand tot hetzelfde oordeel komen. Alleen erkende bureaus mogen die gebruiken.
Een voorbeeld uit de praktijk
Een verkennend onderzoek gaf voor een woning een hoog risico, op basis van het vermoeden dat het pand op houten palen staat. De verkoper vroeg om nader onderzoek. Een erkend bureau groef twee inspectieputten en trof een ondiepe fundering aan, met een betonnen verbreding die er bij een renovatie omstreeks 1990 onder is gelegd.
Het rapport is aan het dossier toegevoegd, het funderingstype gecorrigeerd en de classificatie aangepast. Binnen enkele dagen, terwijl koper en verkoper wachtten op duidelijkheid. Zo leert het landelijke beeld van elk onderzoek dat in Nederland wordt uitgevoerd.
Lastige data, die uitleg nodig heeft
Funderingsdata is anders dan een energielabel. Een risicoklasse zegt iets over kans en over onzekerheid, niet over een vastgesteld gebrek. Een pand in klasse D heeft geen aangetoond probleem; het heeft kenmerken waarbij nader kijken verstandig is. Voor vier op de vijf panden is het type bovendien modelmatig bepaald. Dat verschil is voor een bewoner het verschil tussen een verstandige volgende stap en een slapeloze nacht.
Daarom is het geen open databron, maar wel op pandniveau opvraagbaar, met iemand erbij die het kan uitleggen.
Die uitleg kunnen makelaars, taxateurs, de lokale funderingsloketten en het nationaal funderingsloket goed geven. Zij kennen de woning, de straat en het vervolg. Daarom is de database niet als open bestand beschikbaar, maar is de informatie voor elk afzonderlijk pand op te vragen bij uw makelaar, uw taxateur, het funderingsloket of een onderzoeksspecialist.
Dat is een bewuste keuze: transparantie mét duiding, in plaats van een landelijke kaart die zonder context paniek of juist schijnzekerheid veroorzaakt. Ik vraag u die keuze te respecteren wanneer er wordt gesproken over openbaarheid van funderingsdata.
Wat ik u vraag
- Erken het bestaande register en de bestaande keten als basis van de Nationale Aanpak Funderingen. Investeer in datadekking: archiefonderzoek met gemeenten en corporaties, verkennend onderzoek en de terugmelding daarvan. Elk pand dat van modelmatig naar vastgesteld schuift, is winst. Een tweede model naast het eerste is dat niet.
- Laat nieuwe kennis aansluiten als module. Onderzoek naar bijvoorbeeld het krimp- en zwelgedrag van kleigronden is welkom en hard nodig. Het bestaande model is modulair en de methodiek is open source. Nieuwe kennis hoort daarin, niet ernaast. Eén risicobeeld voor eigenaar, taxateur, bank en gemeente, niet twee die elkaar tegenspreken.
- Borg de governance landelijk. De richtlijn, de erkenningsregeling en de terugmelding van onderzoeksresultaten bestaan al. Maak het beheer van het register en de terugmeldplicht onderdeel van de nationale aanpak, zodat elk onderzoek op locatie het landelijke beeld verbetert en niet in een la verdwijnt.
De woningeigenaar, de taxateur en de bank werken vandaag al met een landelijk risicobeeld. Laten we dat versterken in plaats van opnieuw te beginnen.
Bronnen
- KCAF, Stand van het Land 2025. Funderingsproblematiek in Nederland, 8 april 2025, nummer 2024-0003-002. kcaf.nl/stand-van-het-land
- Tweede Kamer, commissiedebat Funderingsproblematiek, vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, 10 september 2026.
- Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Voortgang Nationale Aanpak Funderingen, Kamerstuk 28325 nr. 335, 28 augustus 2026.
- NRVT, Nieuw model Taxatierapport Woonruimte per 1 april 2026.
- Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, Goed gefundeerd, 2024.